| Zalmstra, Fimme Karels |
| Geslacht | Man |
| Leeftijd | 67 of 68 |
| Geboren | 1838 |
| Overleden | di 9 jan 1906 te Leeuwarden |
| Begraven | |
|
|
|
|
|
| Notities: |
| -Persoon | scheepsramp op de Fluessen met de stoomboot Willem lll
In 2002 is het 125 jaar geleden dat er zich bij Koudum een grote ramp voltrok. De "Willem III" verging in een zware storm op de Fluessen. Zoals altijd gingen de beurtschepen uit de Zuidwesthoek op dinsdag naar Sneek. Zo ook dinsdag de 30e januari 1877. Het beurtschip de "Willem III", dat de beurt verzorgde van Staveren op Sneek, vertrok die middag weer vanuit de Kolk in Sneek richting Staveren. Naast de stukgoedlading waren er flink wat passagiers aan boord. Tot Heeg verliep de reis voorspoedig, maar de oversteek over het Hegermeer en de Fluessen verliep rampzalig. Er stond een harde wind uit het zuidwesten en bij dit weer kan het op de Fluessen behoorlijk spoken. Toen men bijna de Fluessen over was is men op het harde Feitezand aan de grond gelopen. In deze barre, koude en donkere nacht zijn 14 mensen om het leven gekomen. Pas de volgende dag werd in deze hoek van Fryslân bekend welk een verschrikkelijke ramp er zich die nacht had voltrokken. De geredden zijn liefdevol opgevangen door Fimme Karels Zalmstra en zijn vrouw Tjerkje Dölle in de herberg van de Galamadammen. Als dank is hen hiervoor later een koffiekan met inscriptie aangeboden.
Marijke Jacoba Kapper was de eerste die overleed, ze zakte plotseling ineen. Haar dochter Sijbrichje Altenburch van 25 jaar zag dit gebeuren en ook zij stierf gauw hierna. Het omkomen van haar moeder zal haar de moed hebben ontnomen om door te vechten. Tien mannen stonden boven de stoomketel die nog lang warm bleef. Hierdoor waren hun kansen veel groter. Dirk Ykes Hoekstra zette zijn zoontje Jotje op een dwarsstang boven in de schoorsteen. Hierdoor redde hij zijn zoon, maar zelf heeft hij de ramp niet overleefd. Jotje staat niet op de kan vermeld. Echt blij kon zijn familie niet zijn omdat vader Dirk wel het leven liet. De volgende dag pas om acht uur kwam er hulp en zijn de 29 overlevenden aan boord van een schip genomen. Doordat ze verstijfd en verlamd waren konden ze niet meer op eigen benen staan. De tien op de ketel en de kleine Jotje waren er het best aan toe. Hieruit blijkt dat de meesten de dood moeten hebben gevonden door de kou, het slechte weer en door half in het water te staan. De mensen werden naar de herberg op de Galamadammen gebracht, alwaar ze liefderijk zijn opgevangen door de ----------- herbergier Zalmstra en zijn vrouw Tjerkje. -------- De zaterdag erop werden er in Koudum de eerste vier doden onder enorme belangstelling begraven. Het was toen mooi weer en een beetje wind uit het zuid-westen. En als de klokken van de Koudumer toren eventjes zwegen, dan kon men het luiden van de klokken van Molkwerum en Warns horen. Daar waren op dat moment ook begrafenissen van slachtoffers van deze afschuwelijke ramp.
Deze gebeurtenis heeft nog jarenlang grote littekens achtergelaten, vooral in de kleine Zuidwesthoek van Fryslân. |
|
| Bronnen: | |
| -Aangifte overlijden | wo 10 jan 1906; akte 17 leeuwarden |
|